Spelen met kleuren Atelier - magazine voor tekenaars en schilders WEB4KIDS

Ben je een serieuze liefhebber van tekenen en schilderen?
Vraag dan een gratis proefnummer aan!
Stuur een e-mail naar
atelier@terburg.nl

Spelen met kleuren

ATELIER 84 - JANUARI/FEBRUARI 2000

Als je aan het schilderen bent, heb je vaak allerlei verschillende kleuren verf nodig. Het is natuurlijk fijn als je een grote schilderskist hebt met een hele verzameling tubetjes. Maar je kunt ook proberen om zelf kleuren te maken. Dat kun je doen door te mengen. We gaan het mengen van kleuren oefenen met behulp van vijf eenvoudige figuurtjes.

Voor deze oefening gebruiken we alleen harde kleuren; combinaties van zulke kleuren noemen we ‘signaalkleuren’. Het is ook De basiskleur geel mogelijk om allerlei tussentinten te maken, maar Complementair dat doen we een andere keer.

Op afbeelding 1 zie je een kleurencirkel.

kleurencircel

Menging tussen blauw De kleuren geel, rood en blauw noemen we de ‘basiskleuren’. Kleuren die in de kleurencirkel tegenover elkaar staan, noemen we ‘complementaire kleuren’.

Met behulp van de basiskleuren, soms aangevuld met een pietsje wit of zwart, kun je alle andere kleuren mengen. De kleur violet, bijvoorbeeld, ontstaat door menging van de basiskleuren rood en blauw. Door iets meer rood of blauw toe te voegen, krijg je een ander resultaat.

De basiskleuren rood en geel - een 'harde' kleurcombinatie Twee verschillende tinten geel. De lichtgele kleur is ontstaan door de de basiskleur geel te vermengen met wat wit; de andere door vermenging met rood. Het resultaat is een harmonische kleurcombinatie met een 'rustig' effect De kleuren blauw en oranje staan tegenover Donkergroen en de basiskleur rood leveren. Deze combinatie van 'complimentaire kleuren' heeft een 'sprankelend' effect Donkergroen en de basiskleur rood leveren en contrasterende kleurcombinatie. Het figuurtje - in dit geval de ster - komt hierdoor sterk naar voren


FIGUURTJES

Het eerste figuurtje is een dikke, geschilderde lijn die zich in een spiraalvorm ‘oprolt’. Kijk maar naar het eerste hokje, links bovenaan in afbeelding 6. Het tweede is een niet al te ingewikkeld. Menging tussen basiskleur rood en basiskleur blauw slakkenhuis. Er zijn geen schaduwen geschilderd; enkele stippen zorgen voor een schaduweffect (het tweede hokje op de bovenste rij).

Het derde figuurtje is een ster zonder scherpe punten; een zeester, zou je ook kunnen zeggen. Het figuurtje is in één lijn middenin het vlak neergezet, bijvoorbeeld in het vierde hokje op de bovenste rij. Het vierde figuurtje is een eenvoudig zonnetje: een cirkel met wat streepjes eromheen. Zie je het staan?

Ook het laatste figuurtje is niet zo moeilijk, zoals je kunt zien aan het middelste hokje op de bovenste rij. Het is opgebouwd uit drie vierkantjes van verschillende grootte.

Het eerste staat op zijn punt, het tweede (binnenin het eerste) gewoon rechtop en het derde (het kleinste) is weer een kwartslag gedraaid. Elk vlakje in deze figuur krijgt een bepaalde kleur, waardoor een speels beeld ontstaat.



ZELF AAN DE SLAG

Zo’n vrolijk mozaïek als hierboven staat afgebeeld, kun je heel goed zelf maken. De figuurtjes zijn gemakkelijk keer op keer te tekenen. Waterverf, plakkaatverf, kleurpotlood of viltstift - kies zelf maar welk materiaal je wilt gebruiken. En je kunt ook zelf besluiten welke kleuren je wilt gebruiken.

Je zou kunnen beginnen met hokjes van 3 cm lang en 3 cm breed. Je kunt ook een groter werkstuk maken. Daarvoor kun je vlakken gekleurd papier gebruiken van bijvoorbeeld 21 bij 21 cm. Misschien vind je dit mozaïek wel een leuk ontwerp voor een vrolijke lappendeken. Een collage dus, maar dan met naald en draad.


ATELIER 84 - JANUARI/FEBRUARI 2000

Ben je een serieuze liefhebber van tekenen en schilderen? Vraag dan een gratis proefnummer aan! Stuur een e-mail naar atelier@terburg.nl.