terug BEER EN DE APEN
geschreven door Toa, 11 jaar

WEB4KIDS

DE PELIKAAN
Het begon allemaal op een gewone dag lang geleden. Op die dag vertrokken er een paar ooievaars met baby's aan hun snavel. Het was een lentedag en de ooievaars hadden het druk. Uiteindelijk waren de ooievaars op. De laatste baby (in dit geval een beer) moest per pelikaan vervoerd worden. Ik denk dat sinds die dag wel duidelijk was dat dit niet zo'n geluksvogel zou zijn. Het beertje hing onderweg in de reusachtige snavel terwijl hij naar alles beneden keek. Langzaam vlogen de ooievaars de pelikaan voorbij, zodat de pelikaan ver achter bleef met de beer.
De pelikaan was behoorlijk vergeetachtig en was al snel vergeten dat hij een beer bij zicht had (ik betwijfel of hij zelfs nog wist dat hij vloog). De pelikaan sukkelde langzaam in slaap, terwijl hij automatisch door bleef vliegen. Ik denk dat hij zelf niet eens wist waarheen. De pelikaan werd wakker van een huilend geluid dat uit z'n snavel leek te komen. Verbaasd opende hij zijn snavel en was nog verbaasder bij het zien van een kleine huilende beer. De beer was, hoe je het ook zou bekijken een soort baby en baby's huilen als ze honger of dorst hebben.
Langzaam maar zeker begon de pelikaan zicht te herinneren wat die baby in z'n snavel betekende. Gelukkig was hij slim genoeg om te weten dat baby's huilen om te eten, drinken en nog meer dingen. Dus landde de pelikaan en ging op zoek naar melk voor de baby. Hij kwam terecht bij een stel apen.
Een oude vrouwtjes-aap gaf de beer wat kokosnootmelk. En omdat er verder niks was, haalde de pelikaan de beer uit z'n snavel en gaf hem de melk. Hoelang de pelikaan is gebleven, weet ik niet. Maar ik weet wel dat hij de beer vergat mee te nemen...

BIJ DE APEN

De vrouwtjes-aap had de beer aangesteld tot haar zoon. Ze had niet geluisterd naar de woorden van de andere apen. Ze leerde hem ape-dingen. Dus die dingen die een volwassen aap moet weten. Hij leerde snel en deed goed z'n best om een goeie aap te worden. Tocht beschouwden de andere apen hem niet als een van hun soort. De beer kon niet zo snel klimmen als de andere apen en hij kon ook niet zo goed springen. Sinds een poos probeerde hij iets te vinden waar hij wel goed in was. De beer en de apen woonden op een eiland met daar omheen zee, zee en zee. Op een dag dacht hij: Misschien kan ik wel zwemmen. Eh nij sprong in de zee. Zo kwam hij er ongeveer uit: En de apen moesten lachen toen ze hem zagen. Dat maakte de beer verdrietig. Toen de beer een paar vogels zag vliegen. En hij klom in een boom en sprong naar beneden. Hij fladderde en fladderde en hij fladderde en... en hij smakte op de grond. En de apen moesten nog meer lachten en de beer werd nog verdrietiger. Toch gaf hij de boel niet op. Apen konden niet erg netjes eten. Dus probeerde hij netjes te eten. Ook dat mislukte en de beer maakte de grootste kliederboel van iedereen. En de apen moesten nog meer lachen. Toen de beer dat zag, dag hij het op. Voorlopig tenminste, dacht hij er gelijk achter na. Voorlopig. De beer ging zitten denken. Misschien wordt er een aap ontvoerd. En iedereen gaat huilen. Maar dan kom ik en ik zeg: wees niet bank, ik ga haar redden! En dan red ik haar ook echt van dat stelletje gemene schurken. De beer zag het helemaal voor zicht. Of, dacht hij. Of er komt een gemene draak die apen eet. De draak zou groter zijn dan alle bomen van het woud op elkaar gestapeld. Nou ja, dat is iets te groot. Zo hoog als de hoogste boom hier met een kleintje er op. En als die draak dan apen wil gaan eten, steek ik hem neer met een scherpe stok. Dan ben ik de held van de dag. Zo bedacht hij nog veel meer dingen. Maar niks zou echt gebeuren. Dacht hij... De volgende ochtend was de beer vroeg wakker en hij ging wat kokosnoten en vruchten halen. Voor zichtzelf en voor de apen. Plotseling hoorde hij een hard, dreunend geluid. De beer zag een reusachtige draak in zijn richting komen. Hij bleef verstijfd van angst staan. En de draak kwam dichterbij en dichterbij. En toe stapte hij bijna op de beer. De grond trilde toen de draak net naast de beer stapte. De beer trilde mee, mohoog. Al z'n vruchten vlogen de lucht in. Toen de beer weer veilig en wel op de grond stond, rende hij naar de apen toe om ze te redden. Nou ja, redden. Waarschuwen eerder. Toen alle apen op de hoogte waren besloot de beer dat het tijd was om zich te bewijzen. Hij klom met een scherpe tak in de hoogste boom dier er was en ging waxhten tot de draak in zijn richting kwam. De draak kwam dichterbij en de beer stootte toe met de stok. Het hielp helaas niet en de beer werd in een hap opgegeten. De draak nam niet eens de moeite om te kauwen! Ineens kreeg de beer een idee. Hij stootte met de stok die hij al die tijd in zijn hand had, toe. De draak hoestte van de pijn de beer uit en rende weg om nooit meer terug te keren. Hij heeft de draak verjaagd! Riep een aap. Alle apen liepen naar hem toe en gaven hem compliementjes. Eindelijk waardeerde alle apen hem, als wie en wat hij was. Pardon, maar volgens mij is dat onze zoon! Achter de beer stonden twee grote beren... Ik zei" volgens mij is dat onze zoon! herhaalde de grote beer. Nietes! Zei de beer en hij wees op de vrouwtjesaap. Dat is mijn moeder. De aan stapte naar voren en legde haar hand op de schouder van de beer. Ik ben bang dat ze gelijk hebben. En ze vertelde wat er gebeurd was. Ik wil hier blijven. zei de beer. Hoe hebben jullie mij trouwens gevonden? We hebben heel lang naar je gezocht. Gelukkig kregen we hulp van de pelikaan die je gebracht had. Mag ik hier blijven. Vroeg de beer. Wij bestellen wel een ander kindje. We wilde gewoon weten hoe het met je ging. En zo bleef de beer bij de apen. Tegenwoordig brengen ooievaars en zeker geen pelikanen de baby's weg. En zijn de ooievaars op? Dan moeten het kind en de ouders wachten.