terug naar verhalen WEB4KIDS homepage


Dinoschipus
geschreven door Davy Van Obbergen

Proloog: het vliegtuig


- 'Haast je!'
- 'Stijg op, snel!'
Het geluid van de vliegtuigmotoren klinkt door het hele eiland. Er klinkt een schreeuw.
- 'Haast je, de Tyrannosaurus Rex komt dichterbij!'
Het vliegtuig stijgt op. De Tyrannosaurus zijn kop komt verschijnt. Met zijn klauwen trekt hij de motoren van het vliegtuig. Iedereen begint te gillen, want het vliegtuig begint neer te storten.
- 'Mayday, mayday, dit is Velociraptorair 21, we moeten terugkeren.'
- 'Oké,we zullen jullie komen redden, hou vol!'




Hoofdstuk 1: Vertrek van De Dinoschipus



Joris en zijn ouders zitten in het café naast de haven. Hij kijkt naar zijn ticket:



Dan kijkt hij naar buiten. Het ziet er naar uit dat het een mooie dag gaat worden. Dan kijkt hij naar zijn horloge:



- Bijna tijd.

Hij roept zijn ouders. Samen gaan ze naar buiten. Eerst wordt het schip gedoopt door de eigenaar. Na de doop keert hij terug in zijn jeep. Ze gaan de trap op, naar het atrium* van het schip.

In het atrium is het pikdonker. Ze krijgen de sleutels van een man aan een balie. De enige lichtstraal is afkomstig van de deur, die, als iedereen binnen is, dicht gaat. Er klinkt het geluid van een gitaar. Er gaan lichten aan. Het zijn grote spots, die het podium verlichten dat in het midden van het atrium staat. Dan gaan er grote kroonluchters aan. Boven hen hangen ook 4 balkons, één aan elke wand. Er zijn vier deuren, aan elk een andere wand. Een die toegang geeft aan het casino, de tweede naar de eetkamer, de derde naar het dek en de vierde naar de gang /trap.

Er staan ook 2 gastenliften. Joris en zijn ouders stappen in één lift. Ze drukken op "slaapniveau 2". De lift glijdt naar beneden. Als de lift met een "ping" tot stilstand komt, horen Joris en zijn ouders dat helemaal onderaan in het schip, in de machinekamers, de machines brullend tot leven komen...

Joris stapt snel door de gang. Op de grond ligt een rode loper. Joris haast zich naar zijn kamerdeur. Hij steekt de sleutel in het sleutelgat. De deur gaat open. In de kamer staat een kast, een bureautje en natuurlijk ook een bed. Joris bergt zijn gerief op in de kasten. Dan gaat hij samen met zijn ouders naar de eetkamer. De eetkamer is een soort van doorschuifrestaurant.

Joris legt van alles en nog wat op zijn bord. Na het eten gaat moeder bruinen in één van de strandstoelen. Maar Joris en zijn vader gaan het schip verkennen. Joris gaat eerst naar zijn kamer en neemt zijn wegwerpcaméra en het plan dat geprikt was op zijn prikbord mee.

- 'Wow!' zegt Joris blij, 'er is een dinosaurusbibliotheek, een dinosaurusmuseum, een zoo, én een zwembad! Gaan we daar naartoe?'

- 'Oké, Joris, daar gaan we naartoe!'

En dus vertrekken ze.
Eerst gaan ze naar de bib. Joris leent een paar die gaan over zijn lievelingsdinosaurus: de Velociraptor. Die legt hij snel in zijn kamer. Dan gaan ze verder, naar het museum. Ze gaan door de glazen dubbele deur. Er staan allemaal beelden, fossielen...

Ze gaan door nog een glazen dubbele deur. Hun monden vallen open van verbazing. Voor hen staat een T-Rex. Hij snuffelt aan hen. Dan trekt hij zijn kop terug. Dan zien Joris en zijn vader dat het een robot is. Voor hen ligt een pad. Ernaast staan nagemaakte prehistorische bomen. Er staat ook een nagemaakte vulkaan, waaruit een rookpluim kringelt.



Er staan allemaal grote beelden. Dit is een perfect gelukte reconstructie van het mesozoicum. Dan gaan ze naar de zoo.

Aan één wand hangen nepglasramen van dieren, door de andere (glazen) wand, zie je de dieren zitten.

Ze gaan snel naar de eetkamer.
- 'Namens mij, kapitein Raoul, en de hele bemanning, wens ik jullie veel geluk, hier, op de Dinoschipus zijn eerste vaart! En ik weet zeker dat de hele bemanning jullie verblijf in de Dinoschipus zo aangenaam mogelijk zullen maken!'

Dan wordt het eten opgediend.



Als desert is het een reusachachtige taart in de vorm van het schip! Dan gaan ze naar bed.




Hoofdstuk 2: de eerste slachtoffers

De volgende morgend is Joris snel wakker. Hij leest eerst nog een tijdje, en als zijn ouders zijn opgestaan, gaat hij samen met hen naar de eetkamer om te ontbijten. Tijdens de middag gaat Joris naar de eetkamer. Daar spreekt de kapitein hen toe:

- 'Beste passagiers, omdat het vandaag toch zo'n mooie middag is, mogen jullie op waterscooters gaan varen.
- Jullie moeten gewoon in de lift gaan, op de knop 'tweede ingangspoort drukken, een sleutel vragen aan de bewaker, en door de poort varen.'

Joris doet dat niet, want hij kan niet zwemmen. Als er zich donkere wolken samentrekken aan de hemel, roept de kapitein met zijn megafoon dat iedereen uit het water moet komen. En dat doet iedereen.
Iedereen? Nee, toch niet, één jongeman ontdekt dat pas als de Dinoschipus terug vertrekt. Hij wil snel terug varen, maar ineens wordt de waterscooter hoog opgetild. De man valt achterover. Als hij probeert weg te zwemmen, voelt hij een stekende pijn in zijn been. Iets heeft hem vastgegrepen! De man is sterk en kan hem losrukken. Hij hoort een beest kwaad brullen in het water. Het trekt zijn been weer naar beneden. Er klinkt een 'krak!'.

De man kijkt vol afkeer naar het water, dat rood kleurt, en waar ook...zijn been op drijft! Het beest sleurt hem via zijn andere been mee. Als snel komt iets reusachtig in beeld: de romp van de Dinoschipus! Er vlak achter is er een draaikolk.

Als het beest hem laat schieten, weet de man met een schok dat hij door de kraaikolk in de schroeven van het schip zal worden gedraaid!'

- 'Help!' gilt de man nog, voordat hij in de schroeven wordt gedraaid.

In het schip voelen ze een kleine schok, dat is het enige bewijs dat er iets is gebeurd...

Een paar dagen later staat het vast, er is iemand vermist! Na de middag gaat Joris naar de zoo. Het schip is aangemeerd voor de nacht bij een eiland. Zonder dat iemand het merkt, sluipen drie schaduwen naar de dienstlift. Er komt een hand te voorschijn, dat op de knop duwt. Ze stappen in de lift en iemand drukt op de knop: 'wapenkamer en jeeps'. De lift glijdt naar beneden. Er klinkt een zachte 'ping' en de deuren schuiven open. Ze stappen in een jeep waarin wapens liggen en rijden door een poort, naar de zaal met de waterscooters. De bewaker doet de tweede ingangspoort open en door de opening rijdt de jeep, het duister in... De poort gaat weer dicht, en de bewaker gaat naar de eetkamer... Na het eten gaat Joris naar zijn kamer, trekt zijn pyjama aan en gaat in bed liggen met een boek. Na een tijdje valt hij in slaap, en zijn boek, 'Velociraptoreiland', valt op de grond... Joris's ouders gaan naar het atrium. Buiten begint de storm...

  In de zaal met de waterscooters klinken er bonken op de tweede ingangspoort.
- 'Zijn de drie paleontologen al terug gekeerd?' vraagt een officier, die juist zijn ronde doet op het schip.
- 'Ik weet het niet!'
- 'Maak de poort open!' beveelt de officier.
De poort gaat ratelend open... Er is niets. De officier duwt op een knop. De grote schijnwerpers op het dek floepen aan. De officier gaat naar buiten.
-'Wat heeft er dan toch ge...?'
De aanval komt onverwacht. Een beest springt op de officier, die begint te gillen. Er springt een groepje beesten over iedereen heen, de weg naar de lift, naar de trap en naar de gang blokkerend.
Iedereen begint te gillen...

Wordt vervolgt...