terug naar verhalen WEB4KIDS homepage


Ren weg van je zorgen,
op zoek naar je toekomst
Priskilla Giorgini
13 jaar


Met een leeg gevoel fietste ik naar huis. Ik kon wel janken. Deze dag was de ergste sinds die uitglijder in de aula. Ik had een onrechtvaardige 4,7 gehaald voor wiskunde en ik had nog zo hard geleerd en de regels in m’n kop geramd en ik snapte het, ik wist het zeker. Jammer genoeg was meneer van Geerenstein daar niet zo zeker van…
Ik had geen hoop meer. Waarom zou ik naar huis gaan als ik thuis toch maar een teleurgestelde moeder en een woedende vader aan zou treffen?
Al de afgelopen maanden had ik het gevoel alsof ik ieder moment in kon storten. Bij het minste of geringste kon ik wel in tranen uitbarsten. Ik bleef toch steeds volhouden, ik stopte niet met leren tot diep in de nacht omdat ik anders het gevoel had dat ik iemand in de steek liet. De vraag tolde steeds weer door mijn hoofd: Wie heb ik steeds het gevoel in de steek te laten? Als ik maar lager dan een 7,5 haalde voelde ik me teleurgesteld. Maar waarom?
“Hey Jamy!,” Kelly kwam met een rood hoofd aan fietsen.
“Oh, hey,”antwoordde ik. Ik was niet bepaald vrolijk. Iedere meter dat ik dichterbij huis kwam zakte mijn ‘vrolijkheids’-peil weer een beetje naar beneden. En geloof me daar heb je veel voor nodig bij mij.
“Wat had jij voor die wiskunde toets? Ik een 6,8! En ik dacht nog, man, ik ga dit verknallen maar de wiskunde goden waren me gunstig vorige week. Wat had jij? Zeker wel weer een 9 ofzo. Ik kan het nog steeds niet geloven!”
Ieder woord deed pijn. Het was te laat voor ze de tranen zag. Ik was verbaasd dat in het laatste jaar kleine miezerige cijfertjes zoveel konden betekenen voor mij. Dat ze je hele leven konden omgooien. Je stemming konden bepalen. Ik zat in 3 gymnasium maar de druk van hoge cijfers werd steeds hoger.
Ik kende Kelly al lang genoeg om te weten dat ze nu die verbaasde kop had. Maar zo zou iedereen kijken als je beste vriendin opeens weg racet met tranen in haar ogen als je niet weet of je iets fouts heb gezegd of je adem gewoon zo slecht is.
Ik huilde met dikke tranen dat ik de weg amper kon zien voor mij.
Ik wou weg, weg van deze wereld. Maar ja, dat is een beetje ver op je fiets dus ik begon met weg te fietsen tot ik de wijk niet meer herkende.
Uiteindelijk stortte ik neer bij een oude flat, waar de muren van onder geklad waren met graffiti. Kreten zoals: Peace out, 2pac 4 ever en ook pieces die best wel mooi waren.
Ik zat daar op de grond aan de zijkant van die bouwval, tussen de bosjes. Ik wist niet eens waar ik was maar ik was alleen. Dat gaf wel rust. Maar ik wist dat zodra ik thuis zou komen ik de gevolgen over me heen zou krijgen. Voorlopig was ik niet van plan om naar huis te gaan.
Ik hoorde de bosjes ritselen.
Een donker hoofd met grappige donkere vlechtjes die alle kanten op staken kwam te voorschijn.
“Eh…hallo. Ik zeg je daarnet fietsen enzo maar je leek me een beetje van streek. En je ging zomaar hier zitten in de kou. Gaat het wel een beetje?”
Ik moest even tot de werkelijkheid komen. Ik kreeg gelijk zo’n waterval van woorden over me heen. De jongen van, ik schatte ongeveer 15 jaar en een huid zo bruin als pure chocolade leek me wel aardig.
Ik veegde m’n tranen weg. “Ja, eh… er is niks aan de hand, echt niet.”
“Ok, wat je wil. Maar als ik iemand zo de bosjes in zie rijden. Weet je het zeker?”
Hij sprak met een grappig accent. Antiliaans of zo. Hoe serieus die ook deed, wat ‘ie ook zei het klonk grappig.
Ik deed m’n donkere, schouderlange haar in een staart. Ik viste m’n fiets uit de struiken en probeerde weer naar huis te fietsen. Maar ik was stijf van de kou.
1 meter verder lag ik plat op de grond. Ik wist niet of ik nou moest lachen of huilen.
Hier zat ik op de grond, bijna te janken met een vreemde naast mij.
Een traan liep over m’n wang en ik was boos op mezelf dat ik weer voor schut stond.
“Het gaat dus niet goed,” zuchtte de jongen. “Sorry ik heet Nygér. Kom maar even mee naar boven dan maakt m’n moeder wel honingthee zodat je kan opwarmen.”
Ik liep zomaar mee met een vreemde en het kon me niks meer schelen.
Ik was er ook zeker van dat mijn ouders me nu overal aan het zoeken waren maar ik was zover in de problemen dat ik net zo goed nog even door kon gaan met slecht zijn.
Ik schrok van mijn eigen gedachten maar ik ging toch mee.
“Oh, ik heet Jamy…” stamelde ik.
Ik volgde Nygér mee de arme flat binnen. Die flat zou wel 50 jaar oud kunnen zijn.
We liepen een stenen trap op en bij een gang naar links en bij de 5e deur stopte hij.
Een gele deur. De kleur die je aan vakantie deed denken. Waar ik nu echt aan toe was.
“Hier woon ik dan. Let niet op de rommel en vooral niet op m’n broertjes zusjes.” Hij lachte. Ik begin ‘m al aardig te vinden.

Toen we door de gele deur liepen kwam een walm van kruidige geurtjes, drukke muziek en broeierige warmte met tegemoet.
Het hele huis was zonnig omdat alle muren geel waren geverfd en er tinten van warm oranje waren.
“Nygér,ben jij dat?” riep een vrolijke, zangerige vrouwenstem.
“Ja ma?”, “Heb jij je husiwerk al gemaakt?”, “Nee ma.”
“Kom,” zei die tegen mij. Door de gang en in een kleine keuken die vol potten en pannen stond. De hele kookplaat stond vol met dampende pannen. Het rook allemaal heerlijk en ik merkte dat ik honger had.
“Wie is dat vriendinnetje van jou?”. In dikke, donkere mevrouw kijk me onderzoekend aan, maar niet onaardig.
“Hallo, ik ben Jamy.” Ik werd onderbroken door een stel kinderen die door de hele huiskamer aan het springen waren en die Nygér’s moeder tot de orde moest roepen.
“Ik ken Nygér van..eh..school.”
“Ik ben Nygér’s moeder, Yolanda. Leuk je te ontmoeten.” Zei ze met dat accent.
“Ja, we gaan samen huiswerk maken.” Loog Nygér verder.
Hij schonk wat warms in een beker en zei dat we naar z’n kamer gingen.
Zijn kamer was anders dan de normale doorsnee slaapkamers die jongens van zijn leeftijd hadden.
We moesten op de grond zitten want het was een behoorlijke troep. Zo te zien moest hij z’n kamer met 3 andere delen.
“Ja sorry, ik moest wel wat zeggen. Ik kon moeilijk zeggen dat je me in de bosjes had gevonden hehe.”
“Haha, ja joh is goed. Alleen gaat het nu wel weer een beetje?”
Ik werd weer herinnerd aan de dagelijkse zorgen. Hij gaf me de beker met een soort zoete thee wat naar zoet hout smaakte. Ik voelde me weer wat beter.
Toen kwam alles er uit. Ik vertelde heel m’n verhaal. Vanaf de dat ik de uitslag kreeg van de cito-toets dat ik naar gymnasium kon tot het punt waarom ik in de bosjes was beland.
En wat was hij een goede luisteraar. Hij luisterde echt en dat was echt een opluchting want afgelopen tijd als ik had geprobeerd het tegen iemand te vertellen wat mij dwarszat vonden ze altijd maar dat ik me aanstelde.
Ze geloofde me nooit dat mijn vader mij onder druk zette omdat ik altijd goede cijfers haalde. Daar ging het juist om. Ik werd gedwongen. Ik moest altijd de beste van de klas zijn.
Als ik ook maar een 7 haalde was m’n vader al een beetje boos. M’n moeder durfde niks te zeggen.
Ze was teleurgesteld omdat pa dan altijd boos was.
Daarom moest ik altijd negens en tienen halen.
Ik was nooit goed genoeg. Dat gevoel had ik al m’n hele leven. M’n vader had altijd gehoopt op een zoon en omdat ik een meisje was, was hij al teleurgesteld.
Toen ik klaar was met mijn ‘levensverhaal’ waren mijn ogen voor de zoveelste keer die dag rood.
Nygér had ondertussen zijn arm om heen geslagen en ik geef toe ik voelde me er wel beter door.
Opeens zei ik: “Ik weet niet waarom maar je luistert gewoon zo goed enzo het lijkt alsof ik je al zo lang ken maar eigenlijk weet ik alleen maar dat Nygér heet.”
“Sorry ik heb nog niet zo veel over mezelf verteld maar ja, ik ontmoet ook niet iedere dag iemand in de bosjes. Maar ik ben dus Nygér, ik ben 15 en ik heb 5 broertjes en zusjes. We zijn geïmmigreerd van Sint Maarten naar hier dus. Ik doe 3 vmbo op het BL College. M’n leven is verder niet zo boeiend.”
“Shit! Het is al half vijf! M’n ouders hebben nu vast wel de politie gebeld! Heel erg bedankt voor alles. Echt. Ik zie je nog wel een keer.”
De hel brak los die avond. Ik had mijn vader nog nooit zo boos gezien. Ik had dezelfde preek wel 5 keer gehoord op 1 avond. Een preek over verantwoordelijkheid en dat ik me niet moest aanstellen.
Van m’n vader, moeder, politieagent noem het maar op. Ze zeurden allemaal.
En het gekke was ik had geen ene keer gehuild die avond.
Kelly kwam ook langs om te zeggen hoe ongerust ze was en dat ik dat nooit meer moest doen.
Ik had niks over Nygér gezegd. Dan was m’n pa helemaal geflipt, al kwam hij d’r achter dat ik met een vreemde jongen mee gegaan was naar z’n huis.
Het ergste van allemaal was dat iedere keer weer dat iemand zei dat ik me aanstelde had ik het gevoel dat ik gek werd en iedere keer de neiging om weg te lopen als wraak voor m’n vader.
Want niemand geloofde dat hij mij straf gaf als ik slechte cijfers haalde.
Als ik ’s avonds ging slapen ging ik altijd wraak bedenken omdat mijn vader zo lullig deed.
Mijn best was nooit goed genoeg voor hem. Ik was niet de zoon die hij had gewild en ook niet een dochter die er gelijk aan was.
Vanaf dat moment wist ik dat ik het zo niet langer meer zou houden.
De politie had gezocht en had hun tijd verspild. Nu zou ik moeten boeten.
Vanavond zou ik weer mijn verdiende straf krijgen.
Ik lag al in bed toen ik mijn vaders voetstappen boven hoorde komen. Ik zag aan zijn gezicht dat ‘ie niet al tevreden was.
Hij kwam op de rand van mijn bed zitten (zoals lieve vaders doen) en rustig zei hij: “Tja, Jamy, wat je vandaag hebt gedaan. Ik zal er niet teveel woorden aan verspillen. Maar je toonde duidelijk geen verantwoordelijkheidsgevoel. Dus dat wordt geen leuke dingen deze week.” (dat zeggen leuke vaders dus niet.)
Ok, misschien verdiende ik het wel. Ik was weg gelopen van mijn problemen wat ik dus niet mag niet doen volgens m’n pa.
En dan kreeg ik altijd dubbel op. Het ergste kwam nu.
“Ja, Jamy, dit is je eigen schuld. Je weet het. Steek je hand maar uit.”
De eerste slag kwam nu. Pets. Ik voelde me hand branden. De tranen prikten in m’n ogen. Nee, niet huilen. Geef je niet over. Laat zien dat je sterk bent. Ik bleef het in mezelf zeggen. I wou me niet overgeven. Nooit.
Al was mijn vader boos ging hij niet schreeuwen, nee, hij ging slaan, met z’n stok op m’n hand. Hij had een houten stok. Bijna een zweep. En al was ‘ie boos…
Wat vreselijk ouderwets. En m’n moeder zei er niks van. Dat durfde ze niet.
Maar ik wou het niet meer. Het kon me geen zak schelen of ik verantwoordelijkheidsgevoel had of niet, dit moest stoppen.
“Dat ben ik niet gewend van jou, Jamy,” bromde meneer van Beek.
Ik had gisteren geen geschiedenis gemaakt want ik had er helemaal geen zin in en het voelde goed.
Stortte mijn wereld in toen ik mijn huiswerk niet maakte? Nee. Ging ik dood? Nee.
Waarom raakte ik dan altijd zo in paniek als ik m’n huiswerk niet af had terwijl ik er met een smoesje zo vanaf kwam?
Ik had lol ontdekt op school. Dat ik er na 3 jaar Gymnasium nu pas achter kwam dat keten bij Nederlands echt tof was.
Ik was het zo zat dat iedere keer dat m’n pa wat zei ik gewoon niet luisterde en nog erger ging keten op school.
Strafwerk was niet zo erg.
Maar op een dag, het was al een maand nadat ik was ingestort, spijbelde ik met een paar vriendinnen en waren we de stad ingegaan.
Ik botste tegen iemand aan die me bekend leek. Het was Nygér.
“Hey Jamy!”
“Nygér! Het spijt me dat ik toen zo snel was weg gegaan en dat ik je amper had bedankt voor alles, want je betekende echt veel voor me.”
“Maak niet uit hoor. Ik snapte ’t wel. Maar hoe is het nou?”
Ik vertelde dat het wel goed ging.
Hij zei dat we nog is een keer iets konden doen en dat ik gewoon een keer langs kon komen als ik wou.
En ik wist zeker dat ik een keer langs zou gaan.
Het was echt midden in de winter, als het koud, guur en de hele tijd regende.
Dan deed ik niks liever dan aan mijn schetsen werken. Mijn schetsen waren mijn belangrijkste schatten in mijn leven.
Sinds mijn 3e is er volgens mij geen ene dag voorbij gegaan dat ik niet mijn potlood heb aangeraakt. Ik moest altijd wel wat tekenen.
Ik tekende allemaal verschillende dingen. Grove tekeningen die mijn gevoelens uitdrukten. Schetsen van mensen die gewone dingen aan het doen waren maar toch veel gevoel had.
Ik had altijd wel een potlood of zwarte stift bij me.
Ik werkte nu aan een tekening van een oude zwerver die altijd bij ons winkelcentrum zat.
Als ik iets zag wat ik wilde tekenen prentte ik het in m’n geheugen en kon het daarna zo tekenen. Het werd een schets van de oude meneer die op een bankje lag met zijn winkelwagentje naast zich. Daarin zaten zijn enige eigendommen.
Hij had plastic zakken om z’n voeten want hij had geen geld voor schoenen.
Als het heel koud was kreeg hij altijd een blik soep van de eigenaar van een supermarkt daar maar verder had hij altijd wel wat te eten maar ik wist niet waar hij het vandaan haalde.
Maar vandaag zou ik niet verder gaan met de tekening van de oude man.
Ik was van plan om iets te tekenen voor Nygér. Als een soort bedankje.
Eerst moest ik nog wel bedenken wat voor tekening het zou worden.
Hij zou kleurvol moeten zijn.
Hij moest gevoelens over brengen. Iets met de ene kant zwart en de andere kant vol kleur. Het betekende dan dat ik depressief was voor ik Nygér ontmoette en daarna had hij mij de positieve kant laten zien.
Het zou een kunstwerk worden.
Die week had ik weer helemaal geen huiswerk gemaakt en zonder schuldgevoel.
Ik was er 3 keer uitgestuurd en 1 keer naar de directeur gestuurd. En vrijdag was de school mij zat.
Ze gingen natuurlijk eerst met m’n ouders praten.
Kinderen die zich gedroegen zoals mij hadden ze allang geschorst maar bij mij niet omdat ze wisten dat ik een maand geleden nog een voorbeeldige leerling was.
Door met m’n ouders te praten hoopten ze de oorzaak te vinden.
Maar zolang m’n pa niet zou toegeven, nee, niet wou zien dat hij iets niet goed deed in de opvoeding zouden ze echt geen oorzaak te vinden.
Wat mijn vader fout deed? Hij was gewoon veel te streng. In mijn hele leven had hij mij nog nooit omhelst. Het meest liefdevolle wat hij kon doen was een compliment geven en dat alleen als je een 10 had gehaald!
Dat was geen vader meer.
En mijn moeder betekende niet zo veel voor mij.
Ik kreeg al kleedgeld vanaf m’n tiende dus we gingen nooit samen winkelen.
Ook al was ik enig kind ik werd niet verwend, sommige mensen dachten dat.
We gingen 1 keer per jaar altijd op vakantie naar Duitsland dat was zo ontzettend saai dat ik altijd 1 broek en 1 T-shirt meenam en de rest van m’n tas vol deed met leesboeken.
Ik was jaloers op alle kinderen die ouders hadden die leuke dingen met elkaar deden.
Al gingen we gewoon met z’n drieën gezellig op de bank zitten met een bak popcorn en een film kijken wat dan ook, ik verlangde naar echte ouders.
Volgens de directeur, die dacht dat hij de oplossing had gevonden, moesten mijn ouders nog strenger zijn.
Dus die vrijdag gebeurde het ergste wat ik me kon voorstellen. Mijn vader verbood mij te tekenen als ik niet weer normaal deed en gewoon leerde voor school.
Ik kon ook niet stiekem tekenen.
M’n vader huurde een soort oppas in! Ik was nog nooit zo beledigd. Een vrouw met lange nagels, hoog haar en duizend rimpels in d’r gezicht moest de hele middag naast mij zitten en er op letten dat ik mijn huiswerk maakte.
En iedere keer dat ik gewoon niet op kwam dagen na school (wat mijn vader geld koste aan de rare dame die dan voor niks kwam) verscheurde hij één van mijn schetsen.
Ik kon het niet meer uitstaan. Ik moest wat doen. Op een avond propte ik wat kleren in een tas en nam al het geld dat ik had gespaard mee.
Ik haalde m’n spaarrekening leeg. De schetsen die nog heel waren nam ik mee, mijn lievelingspotlood en een leeg blok teken papier.
Ik klom uit m’n raam en liep richting de wijk van Nygér.
Het verbaasde me dat ik nog wist waar het was. Ik had het makkelijk gevonden.
Ik werd warm ontvangen. Yolanda deed open en ze liet me gelijk binnen.
Ze vroeg bezorgd wat er was en of het wel goed was. Ik beet op m’n lip want nu moest ik wel iets zeggen maar vraag me niet wat.
Gelukkig kwam Nygér aanlopen. “Hey Jamy. Wat is er? Gaat het?”
Yolanda maakte weer die lekkere thee voor ons en toen gingen we naar Nygér’s kamer.
Nadat hij 2 stoeiende broertjes had weg gejaagd konden we eindelijk eens rustig praten.
“Sorry, nu heb ik problemen en kom ik weer bij jullie aan zetten. Maar zo bedoel ik het echt niet. Ik zie je echt als een vriend en je bent mijn eigen redding. Tenminste ik wist dat jullie….”
“Stil nou maar. Ik snap wat je bedoelt. Vertel nou maar eerst waarom jij om half elf bij ons voor de deur staat. Dan is er wel wat aan de hand.”
Voor de tweede keer luchtte ik mijn hart bij de Antiliaanse jongen die zo goed kon luisteren.
Dat mijn vader mijn schetsen verscheurde en dat niemand mij geloofde en ik gefrustreerd raakte.
En dat ik dus echt niet van plan was om terug te gaan.
“Mag ik het tegen mijn moeder vertellen want die heeft misschien een oplossing. En als je blijft kunnen we niet weer gaan liegen over huiswerk. Zij is toch eigenlijk degene die het huishouden regelt enzo.”
“Ja hoor van mij mag je het zeggen. Maar wat als je moeder nee zegt?”
“Mijn moeder zegt nooit nee tegen gasten, vertrouw me.”
Die nacht bleef ik slapen in het kleine flatje. Op een matras op de grond bij Nygér op de grond.
Nadat hij het verhaal had verteld kwam Yolanda naar me toe en omhelsde me vol medelijden. Dat was ik niet gewend, dat iemand zoveel om mij gaf dat ze me gewoon omhelsde. Ik kreeg tranen in m’n ogen.
In de huiskamer zaten de 2 kleine broertjes van Nygér en z’n kleine zusje en z’n grote broer wat te spelen en tv te kijken.
“Kijk, dit is Jamy. Ze komt een tijdje bij ons wonen. Ze heeft wat problemen thuis. Dus jullie moeten heel aardig tegen haar doen.” Dat laatste was tegen de kleintjes.
Ik schaamde me dood maar Yolanda probeerde nu gelijk alles duidelijk te maken aan de rest van de familie. Alleen Nygér’s vader en z’n grote zus waren er niet.Die waren bijna nooit thuis.
Maar daar lag ik dan op een vreemd bed. In een vreemd huis. Bij mensen die ik amper kende maar als vrienden waren voor mij.
Nygér was als een broer voor mij. Ik kon hem alles vertellen.
Ik kon niet gelijk slapen want allemaal dingen tolden door m’n hoofd.
Ik kende Nygér maar heel kort maar ik vertrouwde hem al helemaal.
Ik vroeg me af hoe dat kwam. Ik vertrouwde hem meer dan Kelly die ik zelfs al mijn hele leven kende.
Er kwam een gedachte in me op die ik snel verweerde. Vond ik Nygér leuk?
Nog nooit was ik op een donkere jongen gevallen. Ik was echt een jongensgek maar dit was anders.
Ik draaide mijn hoofd naar hem toe. Het maanlicht scheen over zijn gezicht.
Ik vroeg me af wat ik leuk vond aan hem. Hij had een mooi gezicht en van die grappige vlechtjes. Hij was gespierd en mooi gebouwd.
Maar het belangrijkste was dat hij lief was. De gedachte was nog nooit in mij opgekomen omdat Nygér mij niet interessant vond op een manier van leuk vinden.
Dat merkte ik.
Nygér deed zijn ogen opeens open en we hadden oog contact. Het was zo onverwacht dat mijn hart een sprongetje maakte omdat ik bijna schrok maar we keken elkaar aan.
Toen draaide ik me om en probeerde te slapen.
Die nacht ging ik naar de keuken om water te drinken en toen ik terug ging en door de gang liep, liep Nygér daar ook. Hij liep naar me toe en toen ik stopte kuste hij me op me mond.
Hij pakte teder mijn gezicht en fluisterde: “Sorry, Jamy, dat ging per ongeluk. Maar ik geef om je.”
Ik wist niet wat moest zeggen. Ik liep in coma naar m’n ‘bed’ toe en viel weer in slaap.
De volgende ochtend werd ik wakker met het gevoel alsof ik een fijne droom had gehad.
Ik draaide me om en zag Nygér en toen besefte ik dat het een droom was.
Zoiets zou hij nooit doen…
Bij het ontbijt vroeg ik Yolanda hoe we het zouden moeten doen met school.
Ze had een idee maar was bang om het te zeggen omdat het mijn hele leven zou veranderen.
“Ik heb al zoveel meegemaakt, ik denk dat ik er wel tegen kan. En ik sta open voor alle suggesties als het maar helpt en ik niet terug hoef naar m’n pa.”
Dat klonk best wel wreed al hoor je jezelf dat zeggen. Maar uit het diepst van m’n hart, ik meende het.
“We houden jou hier. Ze zullen niet zo snel in deze wijk zoeken omdat ze verwachten dat je gelijk ver weg zou gaan. Maar het is beter als je even binnen zou blijven.
Ik had gedacht dat we anoniem contact konden opnemen met je ouders en jou konden adopteren.”
Een klap midden in je gezicht. Dat mijn familie dan donker zou zijn en Yolanda mijn moeder. Ik hoopte zo dat het zou lukken, ik wou niet terug naar mijn vader.
Maar toen ik dat hoorde is het alsof een verhaal afspeelt voor je eigen ogen en je het niet zelf meemaakt. Een film die niet echt is. Deze film wel en ik wou dat het kon maar dat zou niet zomaar kunnen. De werkelijkheid is anders.
“Maar dit huis is niet zo groot, al propvol en dan ik er nog bij, hoe moet dat? En hoe gaan we dat doen. Straks denken ze nog dat ik ontvoerd ben.”
“Hier, je weet wat je moet je doen.” Ze reikte me de telefoon aan.
Ik wist wel wat ik moest doen maar ik zou snel m’n vader uitschelden en dan zou hij me helemaal niet ter adoptie opstellen omdat hij zou weten dat ik het zo graag wil.
Ik toetste het bekende nummer in.
De telefoon ging 2 keer over.
“Roger Errato,” nam mijn vader op.
“Hoi Papa.”
“Jamy, waar hang in hemelsnaam uit?! Je moeder is ziek ongerust! Hoe durf je zomaar weg te lopen? Kom onmiddellijk naar huis.”
Ik voelde de adrenaline door m’n lichaam gieren. De woede kwam naar boven.
“Pa! Hoe durf jij dat te zeggen! Dat je jezelf een vader durft te noemen! Je bent niet eens ongerust, je vraagt niet of het wel goed met me gaat. Al was ik dood het zou jou geen moer schelen! Wat voor een vader ben jij! Waarom ik ben weggelopen?
Door jou. Je bent zo streng dat ik het niet kon uithouden. Jij, jij zette mij onder druk.
Ik ben nu bij mensen die wel om mij geven. Ja, Roger, je bent het niet waard om pa genoemd te worden. Maar de mensen hier willen mij adopteren. Zij willen mij een fijn leven geven. En ik belde jou alleen voor toestemming…”
Het bleef stil aan de andere kant van de lijn.
“Jamy, ik weet niet wat ik moet zeggen.” Voor het eerst in z’n leven klonk het alsof mijn vader zich had overgegeven.
“Jamy,” nog een keer. “Aan de ene kant weet ik dat ik een slechte vader was, maar ik wou je alleen maar een goede opvoeding geven. Ik heb het niet altijd goed gedaan maar ik gaf ook om je ook al liet ik dat niet vaak merken.”
“Nooit!” schreeuwde ik. “Nog nooit heb je dat laten merken. Je bent nooit een vader voor me geweest! Je was er nooit als ik je nodig had. Als ik troost nodig had, had je geen tijd. Ik hongerde naar een compliment, maar nee, alleen als ik een 10 had. Dan pas.”
“Maar waarom zou ik jou laten adopteren door vreemde mensen? Geef eens een reden.”
“Omdat jij zegt dat je om mij geeft en dan wil je mij een beter leven geven want dat kan jij niet. Dus door dit geef je mij een beter leven.”
“We kunnen er toch aan werken? Ja, dat gaan we doen. We gaan gezinstherapie doen. En dan gaan we er allemaal werken. Dan zal het allemaal opgelost worden.”
“Pa, jij durft niet tegen de directeur te vertellen dat je te streng bent voor mij. Je bent zelfs te bang om het voor jezelf toe te geven en nu wil je aan gezinstherapie doen?
Dat is pas laag. Je kansen zijn verkeken. Ik wil niet meer terug naar jou. Nooit.”
En dat was het einde gesprek. Ik was versuft, moest het laten bezinken wat ik nu allemaal had gezegd.
Ik liep naar Yolanda toe, keek haar aan. “En wat moet ik nu doen?”
“Begrijp dit, ik ben niet boos op je hoor, maar bij zulke ruzies gaan mensen heel snel te fel reageren en onrealistisch worden. Vat dit niet verkeerd op! Maar het beste is dat je nu even heel goed over alles moet na denken. Je moet even tot rust komen en de beste oplossing vinden, je moet hard zoeken. En geen wraak tegen je vader hebben.”
Ik besloot om een stukje te gaan lopen. Ik dacht na over alles en was blij dat Yolanda het had gezegd want het was eigenlijk wel een goed idee.
Ik was weer helemaal fris in m’n hoofd toen ik terug kwam bij de flat.
Nog niet om de hoek gelopen en ik zag de politie auto voor de flat staan.
Opeens rende Nygér van achter mijn rug naar me toe. Hij trok me mee de bosjes in. Hij legde zijn hand op mijn mond.
“Ze hadden je bijna gevonden. Je hebt geluk dat je even aan het lopen was. Ze kwamen ons huis binnen stormen en dreigden waar je was. Maar m’n ma seinde dat ik je moest waarschuwen. Je hoeft niet mee met die mensen als je niet wilt. Ze denken dat je gek bent geworden. Je hoeft niks te doen wat je niet wilt ok? Wat je ook beslist ik zal achter je staan. Ik zal altijd voor je opkomen, echt.”
Ik omhelsde Nygér. “Je bent een schat en ik hou van je als een broer.”
Hij glimlachte.
“Je vader had verteld dat je had gebeld en ze dachten natuurlijk gelijk dat ontvoerd was. Wat wil je nu gaan doen?”
Ik zou laten zien dat ik niet bang was voor hun en dat ik niet gek was. Yolanda en Nygér zouden er altijd voor me zijn.
Ik zou gaan anders zouden ze Yolanda lastig vallen.
“Ok, wens me succes.” Hij omhelsde me. “Succes.”
Ik stapte uit de bosjes richting de bosjes en de politie auto’s. In trance. Er zat een knoop in m’n maag. Ik had geen idee van wat er ging komen en zou maar afwachten.
Maar ik wist dat Nygér altijd achter me zou staan.
De bekende, gele deur stond open en ik hoorde stemmen. Ik stapte naar binnen.
Aan de keukentafel zaten Yolanda en een politieman en –vrouw zitten.
Ze keken me aan. Yolanda een beetje geschrokken en de politie eerst verrast en toen sprongen ze op.
“Jij bent vast Jamy?” “Ja,” antwoordde ik koud. Ik was niet van plan om mijn gevoelens te laten zien aan de mensen die nu zouden komen. Ze zouden me moeten dwingen iets te doen wat ik niet wou en ik zou weer weg lopen.
Zo te zien waren zij ook niet van plan om meer dan nodig te zeggen. De agente legde haar hand op m’n schouder en wou me mee naar buiten nemen.
“Wacht!” riep ik. “Mag ik niet eens even dag zeggen tegen Yolanda?”
“Hou je sterk.” Ze omhelsde me. Maar ik wist dat ik haar weer snel zou zien.
Alles werd me weer bekend. We reden onze straat in. Het is alsof je terug komt van vakantie maar deze keer was ik niet bepaald blij om thuis te zijn. Ik zou ook niet lang blijven. Hoe lang was ik weg geweest? 3 dagen ofzo. Het leek allemaal veel langer door al dat gedoe.
“Waarom moet de mij allemaal nou weer overkomen?!” Boos, dat was ik. Boos omdat mijn vader mijn leven had verpest.
Dat ik geen gewoon kind in een gewoon gezin was.
Het leek allemaal veel minder erg dan het was. Want het was niet leuk en ik werd wel altijd onder druk gezet. Door mijn eigen vader.
We stonden nu voor m’n huis. De agenten stapten uit en ik bleef zitten met een boos gezicht. Ze moesten me maar dwingen. Ik wou terug naar Nygér en Yolanda.
Na wat gezeur was ik toch uitgestapt. Kinderachtig, ik wist het.
We stonden amper voor de deur of m’n moeder vloog me al om me nek.
“Oh, Jamy. We waren zo bezorgd!”
Gemengde gevoelens. Een moeder, je houdt van haar, natuurlijk want ze is je moeder maar als ze nooit voor je opkomt als je vader abnormaal streng is dan weet je niet wat je eigenlijk moet zeggen.
We gingen aan de tafel zitten en toen kwam het gesprek wat ik nog lang zal herinneren.
M’n hoofd draaide toen ik naar buiten liep. Ik had zoveel afkeuringen gehoord en allemaal dingen die ik fout had gedaan maar ik had ook terug gebeten.
Want afsnauwen had ik geleerd en liet niet meer over me heen lopen.
M’n ouders waren een beetje geschrokken zag ik dat ik zo reageerde. Dat ik ook mijn deel te vertellen had en mijn bek had open getrokken.
We hadden afspraken gemaakt. En ze hadden gedreigd al zou ik me er niet aan houden zou ik naar een kostschool moeten.
Ik was woedend! Dit was mijn laatste kans. Ze deden alsof ík helemaal geflipt was en alles mijn schuld was en mijn vader niks deed. Ik stelde me weer aan.
We moesten wel aan gezinstherapie doen, weer zo’n knullige suggestie van m’n vader.
Dat moest. Apart en met het hele gezin.
Tot zolang mocht ik bij Yolanda en Nygér blijven wonen als de kinderbescherming (nooit geweten dat zoiets bestond!) had gekeken of het wel goed was voor mij.
En m’n ouders moesten ook Yolanda ontmoeten.
Die ontmoeting ging wel. Ik zag dat Yolanda haar best deed om aardig en nestjes te blijven. Nygér deed niet eens de moeite om hallo te zeggen. Hij gaf een hand, dat wel, maar daar liet ‘ie ’t bij.
Tijd gaat snel en zo kwam dat ik voor het eerste naar de ‘psycholoog’ moest. M’n vader kwam me ophalen. In de auto begon het ruziën al gelijk.
Praten over onze problemen zei m’n vader.
“Praten over jouw problemen papa. Over jouw fouten. Ja, wat doe ik daar? Wat doet mama daar? Jij zou moeten opbiechten dat jij mij meppen uitdeelt voor dingen waar ik ook mijn best voor doe! Jij slaat mij met een stok als ik maar een 6haal! Dat is niet normaal! Jij mag lekker zelf naar de psycholoog gaan en vertellen dat jij geen goede vader bent! Dat jij mijn leven hebt verpest…”
Bij ieder woord zag ik mijn vader rood worden. Ja, ik zou is een keer kijken of ‘tie nu zijn geduld zou verliezen, hem tot het uiterste drijven.
“Kijk ook eens naar jezelf, Jamy! Jij bent niet die zoon! Jij bent niet wat ik wou! Jij bent geen zoon om trots op te zijn! Jij was geen bedoeling! Jamy, ik had lang gewacht maar jij kwam en ik kon jij geen voetbal leren en vissen. Nee, want jij was ene meisje. School was het enige waar je goed in kon zijn, het enige waar ik trots op kon zijn! Dus je moest wel goede cijfers halen!”
Stilte. Ik voelde me rot. Ik was niet de zoon. Maar toen dacht ik: Nou en, er zijn mensen die wel om mij geven daar heb ik die vent niet voor nodig.
“Papa, het boeit me geen zak of ik niet die zoon voor jou ben. Ik ga toch bij jou weg. Wij willen van elkaar af. Waarom gaan we dan naar die shit psycholoog als we toch allebei weten dat we onze problemen niet kunnen oplossen? Ik zal nooit die perfecte zoon van jou zijn. Dus zeg gewoon wat jij net zei tegen je advocaat en onderteken de adoptiepapieren.”
“Nooit! Als je je best doet kun je wel het perfecte kind worden!”
Dat had ik niet verwacht. Die woorden waren zo gemeen dat ik het gewoon niet kon geloven.
“Jij geeft niet om mij! Jij wilt mij niet laten adopteren omdat je weet dat ik het zo graag wil! Wacht maar, ik zal nooit bij jullie blijven.”
Toen ging mijn moeder zich ermee bemoeien. “Roger, wat ben jij toch een zak! Ik vraag me steeds af waarom ik al die jaren bij je ben gebleven. Je geeft niet om haar. Niet één klein beetje. Maar ik ben er ook nog. Ik ben haar moeder geef wel om haar en weet dat ze bij die andere mensen een beter leven heeft. En als jij niet die adoptiepapieren ondertekent dan zal het niet lang duren voordat je niks meer zal hebben! Ik waarschuw je voor je zonder kind, vrouw en huis zit!”
Het was zo stil dat je een speld hoorde vallen. Niemand van ons had verwacht dat ma ooit zou ingrijpen. De woorden waren gezegd en alles was duidelijk gemaakt. Pa had haar woorden begrepen en deed dus precies wat ze zei want zonder vrouw zitten zou hij niet durven.
Binnen een week waren de adoptiepapieren getekend. Toen pa z’n advocaat vroeg of hij dit echt wou antwoordde hij stilletjes ja.
Ma had geld gegeven aan Yolanda. Ik wist niet hoeveel maar we waren naar een nieuw en groter appartement verhuisd met de hele familie.
Ik had nu mijn eigen plaatsje bij de mensen die wel om mij gaven. En een vriend die trots op mij was en die wist dat ik mijn best deed.
Nygér verwelkomde mij in m’n nieuwe familie met een zoen en toe begon mijn nieuwe leven in een nieuw huis waar ik een toekomst had.