Op een dag kwam er een heel speciaal vogeltje uit een ei gekropen. Het was
een roodborstje. Ze had schitterend gekleurde veren. En ze kon al meteen
vliegen. Ze maakte bij de oude vrouw in de tuin meteen vriendjes want de
andere vogeltjes vonden haar kleuren zo mooi.
Ze gingen samen naar het bos om eten te zoeken. Daarna gingen ze naar een
rivier om wat water te drinken. Maar het roodborstje viel in het water en
dreef weg. Ze was even bewusteloos en toen ze wakker werd was ze in het huis
van een oud vrouwtje. Die had haar uit de rivier gevist. Het oude vrouwtje
was heel lief. En bracht haar weer terug naar het bos.
Maar in het bos waren allemaal jagers verstopt om dieren te doden. Ze zagen
het prachtige roodborstje want ze was zo opvallend. Ze schoten net raak in
haar pootje. Ze hinkte nog net weg naar een boom. De jagers gingen weer naar
een plek om andere dieren dood te schieten.
Een uil zag het roodborstje zitten. En vloog naar haar toe. Wat is er vroeg
de uil. Het roodborstje zei: - ik weet niet meer waar mijn thuis is. Het is
hier zo ver vandaan. De uil zei: - weet je kisschien nog waar je woonde? - Ja,
in de eikeboom in de tuin van de oude vrouw Bertha. De uil zei: - O, die ken
ik wel daar woont mijn nicht in de schoorsteen. Het roodborstje zei: - wilt u
misschien mij naar de eikeboom brengen? - O, ja dan kan ik mijn nicht ook
bezoeken. Toen zei het roodborstje: - ziet u ik ben neergeschoten bij mijn
poot. Dus mag ik op uw rug? - O maakt niks uit ga maar op mijn rug zitten.
En zo vlogen ze naar de oude eikeboom. Het roodborstje vloog eerst naar haar
moeder toe die diep ongerust was. Ze had het verhaal gehoord van de
vriendjes. Dat het roodborstje in het water was gevallen.
S avonds bij wat brood dat de oude vrouw had gestrooid voor de vogeltjes
vertelde zij het hele verhaal wat er met haar gebeurd was. Door het verhaal
wat zij vertelde wa de wond in haar pootje helemaal verdwenen.
En ze leefde nog lang en gelukkig met haar vriendjes en haar moeder in de
eikeboom.
|